Leidt op
Adviseert
INSPIREERT
Boa's en imago, respect en professionalisering

‘Imago van handhaver moet beter’ was de kop boven een interview met burgemeester Oskam van Capelle aan den IJssel (en lid van de VNG-commissie Bestuur en Veiligheid), in het AD in de zomer van 2018, na een zeer vervelend incident in zijn gemeente. Kort daarna pleitte hij in Binnenlands Bestuur voor verbetering van het imago van de handhavers door verdergaande professionalisering. Hulde voor deze burgemeester. Hij laat zien hoe bestuurders achter hun mensen gaan staan.

 

Maar hoe zit dat met die professionalisering en dat imago? Je hoeft geen master in de psychologie te hebben om te snappen dat de lomperiken die fysiek tekeer gaan tegen handhavers weinig respect hebben voor uniformen in het algemeen en voor uniformen die hen afhouden van ‘een lolletje’ in het bijzonder. We moeten dus een slag dieper kijken.

In de situatie waaraan burgemeester Oskam refereerde werd een groep van vier handhavers die een man aansprak op wildplassen door een groep van tien personen bekogeld. Een van de handhavers kreeg een klap.

Wat is daar gebeurd? Hoe kan dit zo escaleren tot fysiek geweld? Daar is meer aan de hand dan ‘slecht imago’ of ‘onvoldoende respect’. Daar is een overtreding geconstateerd, een overtreder aangesproken, een groepsproces ontstaan, gescholden en teruggepraat, daar zijn zaken uitgelegd, daar is iets gebeurd met spanning en hormonen en hartslag, daar zijn korte lontjes ontstoken, daar is naar elkaar toe en om elkaar heen gelopen, ….. Kortom, daar is iets goed uit de klauwen gelopen.

 

Vrijwel iedereen (behalve misschien de lomperiken) zal het eens zijn met burgemeester Oskam’s pleidooi voor verdergaande professionalisering. Maar betekent dat, in de lijn van strenger handhaven en zwaarder straffen van de laatste jaren, wapenstok en pepperspray? Veel boa’s vragen er om maar evenzoveel willen dit juist niet omdat ze bezorgd zijn dat dit het risico op confrontatie alleen maar zal vergroten. Geweldsmiddelen voor boa’s zijn misschien wel nodig ter zelfverdediging als de harde hand van de politie niet snel genoeg kan aanrijden. Maar geweldsmiddelen dwingen bij lomperiken meestal weinig respect af.

 

We staan met ons allen in het centrum van de geschiedenis. Hééél vroeger was er een ingebakken respect voor het gezag. Daarna kwamen er heldere regels en heldere sancties. En toen we zagen dat er meer nodig was voor veiligheid, kwamen de wijkagenten die nu alom worden geprezen maar die in het begin ook weinig aanzien hadden en soms honend werden weggezet als ‘nep-dienders’. En nu zien we de boa een vergelijkbare ontwikkeling doormaken, van ‘Melkert-baan’ tot de veelzijdige toezichthouder en handhaver die de leemte opvult van de politie die in toenemende mate landelijk georiënteerd is.

 

Professionaliseren dus. Maar professionaliseren is een containerbegrip dat, wanneer we het dieper bekijken,  uiteen valt in drieën. Ten eerste gaat het over goede ‘techniek’ zoals uniformen, fietsen, communicatiemiddelen en handboeien en, wie weet, ooit ook wapenstokken of pepperspray. Ten tweede gaat het over goede ‘organisatie’ zoals informatiepositie, heldere taakstellingen, instructie en aansturing en ook consequente steun vanuit de eigen organisatie. En tenslotte gaat het over opleiden en herhaald trainen. Wie snapt dat die situatie waar burgemeester Oskam over sprak (4 handhavers, 10 jongeren, 1 wildplasser) waarschijnlijk in een tijdsbestek van een minuut of drie verschrikkelijk is geëscaleerd, begrijpt ook dat we boa’s niet alleen moeten uitrusten met de fysieke middelen die hun imago vergroten en respect afdwingen, maar ook met ‘praktijkwaardige training’. Dat wil zeggen, instructies en voldoende oefenmogelijkheden zodat ze in deze risicovolle situaties kunnen terugvallen op ingetrainde veilige procedures om samen, als team, professioneel op te treden.

 

En professionaliseren gaat nog verder dan ‘techniek’ en ‘organisatie’ en opleiding en training. Het gaat ook om bestuurders en leidinggevenden die ‘achter hun mensen staan’ maar die vooral ook ‘voor hun mensen’ aan de slag gaan. Met de politie en andere partners in de wijken moeten ze ‘handelingsalternatieven’ ontwikkelen die de handhavers echt ondersteunen. Denk hierbij aan opschalen op aanvraag, plannen van assistentie, doorlopende samenwerking bij bijvoorbeeld horeca en aan samen briefen en debriefen.

Als deze professionalisering leidt tot een beter imago van boa’s bij burgers is dat fijn, maar primair moet het veiligheid opleveren. En die veiligheid groeit als de partners -die in de soms lompe handhavingspraktijk ‘naar voren moeten stappen waar wij als gewone burgers achteruit kunnen stappen’- elkaar kennen, waarderen en respect hebben voor elkaars rol en kwaliteiten.

 

Professionaliseren is niet makkelijk. Maar terwijl respect van lomperiken voor onze handhavers lastig is af te dwingen, is investeren in lokale samenwerking, opleidingen en regelmatige realistische praktijkoefening een teken van respect dat de gemeente relatief makkelijk zelf kan organiseren.

 

Rob van Engelen,

Marcel Zethoven,

August Dragt,

Hans Koning,

allen betrokken bij de Segment BoAcademie

 

Meer weten over de BoAcademie?